Aandachtspunten bloedtappen

Home/Producten/Bloedmonitoring/Aandachtspunten bloedtappen
Aandachtspunten bloedtappen 2016-03-08T09:36:39+00:00

Aandachtspunten bij het bloedtappen

Tap op tijd:
Per periode dienen de onderzoeken te worden uitgevoerd. De datum van de monstername is hierbij bepalend. Wij adviseren u om niet te wachten tot de laatste twee weken voor afloop van de periode. Hiermee voorkomt u dat uw uitslagen te laat binnen zijn.

Volle bloedbuis:
Zorg ervoor dat de bloedbuis vol genoeg is om de aangevraagde onderzoeken uit te kunnen voeren. Het kan voorkomen dat monsters na de eerste test vals positief zijn. Deze monsters worden opnieuw geanalyseerd (conformatie), ook hiervoor dient voldoende bloed te worden aangeleverd.  Laboratoria kunnen bloedbuizen die niet voldoende vol zijn weigeren.

Opsturen en bewaren van bloedbuizen:
De bloedbuizen dienen direct opgestuurd te worden door de dierenarts naar het laboratorium. Tot het moment dat ze opgestuurd worden dienen de bloedbuizen koel bewaard te worden.

Dieridentificatie:
Als bloedtappen op het bedrijf plaatsvindt is het van belang dat een varkenshouder weet van welk individueel dier bloed is getapt. Indien varkens aan de slachtlijn worden getapt, dient bekend te zijn uit welk hok/afdeling het dier afkomstig is. Deze informatie dient vastgelegd te worden in de administratie (hokkaart, bloedtaplijst) en moet op het varkensbedrijf aanwezig zijn.

Positief monster:
Bij een positief monster (SVD, ZvA, KVP) is het noodzakelijk dat de directe omgeving van het betreffende varken nader wordt onderzocht om de verdenking op het bedrijf op te kunnen heffen. Indien de directe omgeving niet bekend/beschikbaar is zal dit leiden tot een uitgebreider onderzoek op de rest van het bedrijf.

Identificatie monsters:
Vergeet niet om de bloedbuizen die ingestuurd worden naar het laboratorium te identificeren. Het inzendformulier dat met de bloedbuizen meegaat naar het laboratorium dient voorzien te zijn van NAW-gegevens, UBN, telefoonnummer en getapte diercategorie. Vermeld ook duidelijk welke onderzoeken uitgevoerd moeten worden en hoeveel varkens er onderzocht dienen te worden. Het is bij een positieve uitslag en dus een verdenking van belang om zo snel mogelijk nader onderzoek op het varkensbedrijf te kunnen verrichten. De varkenshouder moet dan aan de hand van inzendformulieren en de uitslag benaderd kunnen worden.

Overeenkomst met laboratorium:
Om de onderzoeken door het laboratorium uit te kunnen laten voeren, kan het zijn dat er een overeenkomst tussen het laboratorium en de varkenshouder noodzakelijk is. Vraag dit van tevoren goed na, om te voorkomen dat monsters niet onderzocht worden.

Uitslagen:
Alleen uitslagen met de vermelding “niet aangetoond” op het analyse-overzicht tellen mee voor de aantallen voor ZvA, SVD en KVP. Monsters met uitslagen als: te weinig serum, te weinig materiaal, monster ongeschikt voor bepaling, etc. tellen niet mee. Let er dus op dat het vereiste aantal bloeduitslagen met een negatieve uitslag in de administratie (van de varkenshouder) aanwezig zijn.